Het boek


Frau Lederstiefel (Het andere Wandelboek)

Frau Lederstiefel ontsproot uit mijn hoofd na een tocht met mijn wandelende dames. Hierna kwam ze regelmatig terug in de verhalen die ik schreef naar aanleiding van onze wandelingen. In dit boekje alle verhalen over de avonturen van de Wandeldiva’s tot nu toe, begeleid door sfeervolle foto’s en routebeschrijvingen.

Hier volgen twee hoofdstukken uit "Frau Lederstiefel". Mocht u hongerig worden naar meer, het boek is te bestellen via www.bol.com.


Hoe een voetbalvrouw (bijna) een Wandeldiva werd

"Ga een keer mee!" riep mijn vriendin enthousiast. "Het is zo’n leuke club meiden. Leerzaam en therapeutisch. Het is gezond - want in de natuur - en je hebt het gewoon nodig. Wat dacht je van een Wellnessresort met zwembad, een ontbijtbuffet en avonddis ter bevordering van de corpulentie, en een paar onschuldige ommetjes te voet met een Konditorei als trekpleister". En tja, ik dacht, waarom ook niet, ik moet er eens uit, en greep mijn kans.

Ik ging meteen voor de full monty. Een heel weekend plus chaufferen, direct in het diepe zogezegd. Het begon wat minder: ik had mij verslapen, lekkere binnenkomer zo bij een groep vreemde vrouwen, maar desalniettemin werd ik op de verzamelplaats hartelijk in de armen gesloten. En huppetee, op naar Hörstel om daar nog een Diva op te pikken, gevolgd door de eerste echte wandeltocht van mijn leven.

Op en neer, bos en dal, en al doende leerde ik het gemêleerde gezelschap kennen. Ik werd bekend gemaakt met de rituelen die zich blijkbaar in zo’n weekend zonder waarschuwing vooraf afspelen. Allereerst werd er een zelfgebakken cake gedeeld op de eerste rustplaats, bij de tweede rustplaats werden de voeten geïnspecteerd. Die van mij kregen een grondig onderzoek door de expert van het gezelschap, Tenenlea, zij was hier zeer gewiekst in. In een handomdraai had zij een van mijn voeten gemummificeerd, gek genoeg voelde dat heel aangenaam.

Net toen ik dacht "nu is het wel leuk geweest" kwam de eindstreep in zicht. Na een klein tochtje met de trein vond ik daar op de P weer mijn vertrouwde bolide. Het hotel, nou, daar was niets over gelogen. Heerlijk, alles erop en eraan, daar moest ik toch met volle teugen van kunnen genieten.

Gelukkig speelde er een akelig spiertje op tussen mijn kruislingse knieholtepeesspier. Ik stelde voor om dag twee op de plaats rust te nemen zodat ik op dag drie weer kon schitteren van aanwezigheid. Het leek of erover gestemd moest worden, maar er was nog een Diva die vanwege kreukelige knieën ook een aanvraag had gedaan, en deze was geaccordeerd. Dan schep je een precedent lijkt mij, het kon niet meer geweigerd worden.

Op de eerste avond, na de rijkelijke maaltijd met bijpassend drankje, werden wij in de lounge van het hotel ontboden. Aldaar werd mij door een gelauwerde Diva een epistel in de handen gedrukt, dit moest uit volle borst meegezongen worden om hun Opperdiva te eren. Zij werd ook meteen in het nieuw gestoken om zo bij een volgend evenement weer in terdege wandelkostuum ten strijde te trekken.
Ik dacht: "zo nu kruip ik lekker onder de wol, even bijkomen van al die indrukken". Maar dat was wat te voorbarig, want we gingen nog een taalspelletje doen! Het woordenboekspel. Oei, nu nog de hersenen laten werken ook, het was wel een allround gebeuren met deze club.

Na het hele woordenboek doorgeplozen te hebben konden we dan eindelijk richting bed. Door de plotselinge ontspanning floepte er in de lift een akoestische wind uit, de hermetisch afgesloten ruimte zorgde voor zo’n turbulentie dat ik de gang in werd geblazen, en in één vloeiende beweging op mijn bed belandde. Denk maar niet dat ik gelijk de ogen kon sluiten, ik kreeg nog een derdegraads verhoor; noem alle namen, welke beroepen oefenen ze uit, wie heeft de kleinste voeten enz. De antwoorden die ik schuldig bleef mocht ik ze in de rebound de volgende dag nog zien te ontfutselen, en vervolgens lag ik daar de hele nacht wakker van.

Dag twee, en ik ga niet mee! Ha, lekker met die andere dissident de hele dag aan het zwembad hangen of in de sauna, taartje erbij, drankje ernaast, boekje voor de neus om af en toe een woordje te spellen, heeeeerlijk. Maar wat gaat de tijd snel, het leek wel of ze net weg waren. Daar verscheen onze Opperdiva aan ons tafeltje, net op het moment dat wij een enorm stuk taart naar binnen schoven. Het voelde ietwat ongemakkelijk.
Er werd na een uurtje rust verzameld op het terras, de wijn en de dekentjes hielden ons warm in de wat koele zomernamiddag. Er werd hevig gediscussieerd, een bepaalde winkelketen zorgde voor veel opwinding onder de dames. Voor de één een doorn in ’t oog en voor de ander een eldorado-euroknaller van de bovenste plank. De naam is mij even ontschoten, zal wel Zeeman of Wibra zijn geweest, geen idee, ik kom er nooit. Weldra werd het weer avond, en ja hoor, ik kon gewoon weer een 4-gangen menu naar binnen werken, daar hoef je echt geen kilometers voor te vreten!

Op naar de lounge voor een wat fysieker woordenspel deze keer. Het eerste spel ontaardde in de meest onmogelijk zinsneden, om een paar voorbeelden te noemen:

"De plompe cupcakeje schreeuwt over het bronstige politieagent."

"Een zondige knakworst knoeit achter de rimpelige tuinslang."

"Het vermoeide jurk harkt bovenop de groteske oksel."

Nou ja, misschien moet je erbij geweest zijn maar het gros van de dames bleef er bijna in. Er was één dame die zich er niet aan overgaf, de grammaticale incorrectheid van het spel was haar een brug te ver. Dit dwong het nodige respect af waardoor zij gelijk als spelleider werd gebombardeerd voor het volgende spel: Hints.
Goeie hemel, wist niet dat het op onze leeftijd nog fysiek mogelijk was, er werd gesprongen, gekropen, gevierendeeld, gehupt, gehinkt en geklauterd. Hoogtepunt was een tapijthappende Diva die begluurd werd door een hotelgast die daardoor bijna tussen de liftdeuren kwam. Wij konden er niet opkomen wat hier uitgebeeld werd maar achteraf denkt natuurlijk iedereen, tja, dat is kaas, makkie!
En net als de vorige avond was het weer bijna 12 uur voordat ik in bed lag, gelukkig kon ik de volgende dag naar huis om bij te slapen.

Dag drie trippelde ik weer gezellig mee met de club, ik voelde me al helemaal opgenomen in het gezelschap, en, niet onbelangrijk, we gingen taart eten in Tecklenburg.
We werden daar onthaald door de plaatselijke fanfare, hoe leuk en attent, maar waar is nou die Konditorei? Na een toeristisch rondje door het stadje (ja leuk, pittoresk, mooi hoor, leuke winkeltjes ook) viel mijn oog op een bord; Sonneterasse mit Kuchenbüffet.
Ik ging er bijna van hallucineren. Om het af te leren nam ik daarom maar twee stukken in plaats van drie, het blijft geen feest tenslotte. Langer konden wij ons heerlijk samenzijn niet rekken, we moesten de terugtocht aanvaarden. Over de rug van Hermann liepen wij gezusterlijk richting de P van ons hotel. Nog een laatste drankje en daar was het moment van afsluiten gekomen. Eerst nog de immer terugkerende slinger naar ‘t station van de treinende Diva en dan richting ons vertrouwde Oor.

Daar aangekomen was er geen ontkomen meer aan, hier scheidden onze wegen, we vlogen elkaar om de hals en keerden allen weer terug naar onze eigen besognes.
Thuisgekomen voelde het als een jetlag, was ik ontsnapt uit een sekte of was dit waar ik altijd naar op zoek ben geweest? Morgen maar weer eens contact opnemen met Professor Pulknächel voor mijn wekelijkse sessie voordat ik in een identiteitscrisis terechtkom. Ben ik nou een wandelvrouw of een voetbaldiva? En bovenal, eindelijk SLAPEN!


Waar moet dat heen?

Van Bussum-Zuid naar Hollandse-Rading

De hemel was licht bewolkt en er viel een miezerig lentebuitje, niets om ons druk over te maken, dachten wij zo tezamen in de trein. Maar juist van de meest waterdichte Diva onder ons kreeg ik een sms of de tocht wel doorging want “het regent!”. Het bleek dat haar kapsel dit haar ingefluisterd had, dit kapsel had zij nodig om diezelfde avond indruk te maken op het manvolk tijdens de paringsdans. Achteraf ongegronde paniek, het manvolk was totaal gefixeerd op haar draaiende heupen, al was zij kaal geweest, het was ze totaal niet opgevallen, maar dit terzijde.

Afijn, er waren deze keer twee aspirant Diva’s mee, ze hadden reeds een inlopertje van 10 km meegemaakt in het Pampus-Hout een paar weken terug. De Flevopolder was ten tijde van deze tocht afgesloten van de wereld door het Siberische winterweer, dus moesten wij het dicht bij huis zoeken, en daar valt ook heel wat te vinden. Dit werd dus hun uitgestelde vuurdoop. Nu stond de eerder geplande tocht toch trappelend op ons te wachten. Meteen vanaf het station zo de hei over het bos in, wat wil je nog meer.

Met zeven dames op stap geeft toch aardig wat tumult. Ik moest wel bij de les blijven, wetend dat een klein foutje bestraft kan worden met, pak ‘m beet, een kilometer of tien extra in het verschiet. We werden onderweg toch nog verrast door een heuse regenbui, en vlak daarna kreeg een van de Diva’s een sterke drang om zich te ontbloten, want tja, ze had het zo warm… Kwam goed uit, zo kon er een hapje gegeten worden en de blazen geleegd, een ultieme invulling van een pauze. Aan de afstand binnen de kring waar de blazen werden geleegd kon je opmaken wie er al langer meeliep met de meute, de zogezegde schaamactieradius is kleiner bij de harde kern. Dit gegeven uit zich meestal ongeveer bij de vijfde tocht van de betreffende Diva, met een afwijking naar zeven voor de preutsen onder ons.
Wij schreden verder over landgoed Gooilust waar wij bespied werden door een geringeloorde bizongans, ooit kwamen deze alleen voor in Oezbekistan maar om de vege veren te redden zijn er een aantal naar ons veilige oord getrokken, daar komt dan ook naar alle waarschijnlijkheid de achterdochtige kijk van deze ganzensoort vandaan. Door onze pas wat te versnellen konden wij hem gelukkig afschudden, bizonganzen kunnen namelijk heel gemeen tepelkluiven en daar zijn wij niet van gediend.

Bij een volgende pauze, in het door hekken omsloten Zonnestraalse bos, waren wij getuige van een biologisch experiment van een der Diva’s. In het kader van het tegengaan van verspilling is zij zeer gefixeerd op het niet weggooien van voedselresten, alles moet op, zo niet, bewaren tot een volgend hongermoment. Er wordt per keer bekeken of het bewaarde voedsel dan nog eetbaar is, en ondanks dat wij haar op het hart drukten dat het groenpaarse broodje toch echt nog wel kon - ook al wilde de voorbijkwijlende hond er zijn tanden niet eens in zetten - heeft zij met pijn in het hart het voedsel aan de voedselbank gedoneerd geheel tegen haar gewoonte in. Om het leed een beetje te verzachten heb ik haar een overrijpe banaan aangeboden.

Verder moet ik zeggen, voor ik het vergeet, dat de twee nieuwe aanwinsten het zeker niet onaardig deden. Een liep zelfs voorop op het einde van de tocht en volgde de geschreeuwde aanwijzingen nauwkeurig op alsof ze nooit anders gedaan had, nou, petje af en veters vast! Zij bleek ook digitaal geconnecteerd te zijn met een satelietenstappenteller, een gps-bewijs van onze afgelegde afstand, het ging mijn digikennis totaal te boven. De andere nieuwkomer heeft zich ook kranig geweerd, alhoewel de trap bij overstap-Weesp toch onverwacht hard aankwam, vanuit rust is dit een nare benennekker.

Met een gerust hart kon ik de trein in Muziekwijk weer verlaten, wetende dat ik weer aan de hoge verwachtingen van het gretige wandellustige vrouwvolk had voldaan, het was namelijk overduidelijk van de blozende en tevreden gezichten af te lezen. Ik slingerde met een laatste zwaai Wandeldiva 2011 bus 5 in, met de gedachte dat alle Divaatjes weer veilig huiswaarts togen.